Hoe zorg je ervoor dat leerlingen niet alleen losse hoofdstukken, begrippen of opdrachten krijgen aangeboden, maar stap voor stap een stevige kennisbasis opbouwen? En hoe voorkom je dat vakken naast elkaar bestaan, terwijl leerlingen juist geholpen zijn met samenhang tussen wat zij leren bij Nederlands, geschiedenis, scheikunde, wiskunde, kunst of burgerschap? Bij Het Stedelijk Lyceum in Enschede wordt daar het afgelopen jaar intensief aan gewerkt. Binnen de school ondersteunt Academica de curriculumontwikkelgroep bij het ontwerpen, uitlijnen en verbinden van het curriculum. Dat gebeurt vanuit een duidelijke overtuiging: een sterk curriculum is niet alleen een optelsom van vakken, lessen en methodes. Het is een doordachte opbouw van kennis, taal, vaardigheden en denkwijzen, binnen én tussen vakgebieden.
Een belangrijk uitgangspunt in de begeleiding is verticale samenhang. Binnen ieder vakgebied werken docenten aan een beredeneerde opbouw van kennis. Wat moeten leerlingen eerst weten om later complexere begrippen, vraagstukken en toepassingen te kunnen begrijpen? Welke kennis is nodig in volgende leerjaren, in vervolgonderwijs en uiteindelijk in de maatschappij? Daarmee wordt voorkomen dat leerstof geïsoleerd wordt aangeboden of leidt tot wat je zou kunnen noemen: ‘doodlopende kennis’.
Kennis krijgt pas echt impact wanneer zij onderdeel wordt van een doorlopende leerlijn.
Leerlingen bouwen dan niet steeds opnieuw vanaf nul op, maar kunnen voortbouwen op wat zij eerder hebben geleerd. Juist dat vraagt om bewuste curriculumkeuzes. Niet alles kan tegelijk. Een kennisrijk curriculum vraagt daarom om prioritering, volgorde, herhaling, verdieping en samenhang.
Naast de opbouw binnen vakken is er bij Het Stedelijk Lyceum veel aandacht voor horizontale samenhang: de verbinding tussen vakgebieden. Docenten onderzoeken waar inhoudelijke raakvlakken liggen en hoe vakken elkaar kunnen versterken.
Wanneer leerlingen bijvoorbeeld bij verschillende vakken vergelijkbare begrippen, concepten of denkwijzen tegenkomen, helpt het als die niet telkens als volledig nieuw worden gepresenteerd. Door bewuste afstemming kunnen vakken voortbouwen op voorkennis die elders is opgedaan. Zo ontstaat een curriculum waarin kennis niet versnipperd raakt, maar elkaar versterkt.
Deze manier van werken sluit aan bij de gedachte achter kennisrijk onderwijs: leerlingen krijgen toegang tot kennis die hen helpt de wereld beter te begrijpen. In het boek Duurzame schoolontwikkeling: De dynamiek van High Performing Schools wordt curriculumontwikkeling dan ook beschreven als een gezamenlijke opdracht waarin leraren grip krijgen op grote en kleine kennisonderdelen die leerlingen door de jaren heen opbouwen. Curriculum is daarbij geen product dat simpelweg wordt ingevoerd, maar een collectief proces van ontwerpen, bespreken, aanscherpen en borgen.
Een derde belangrijke lijn in de begeleiding is taal. Binnen alle vakken is expliciete aandacht voor zowel vakspecifieke begrippen als schooltaal. Dat is essentieel, omdat taal niet losstaat van leren. Leerlingen moeten niet alleen nieuwe kennis verwerven, maar ook leren hoe die kennis binnen een discipline wordt verwoord, besproken, beargumenteerd en toegepast.
Een leerling die het woord ‘verklaren’ bij geschiedenis, biologie en aardrijkskunde tegenkomt, moet leren wat zo’n begrip binnen verschillende vakcontexten betekent. En een leerling die vaktaal niet beheerst, krijgt minder goed toegang tot de inhoud van het vak. Daarom is taalgericht vakonderwijs geen extraatje, maar een voorwaarde voor kansengelijkheid.
De curriculumontwikkelgroep werkt aan een kennisrijk curriculum waarin kennisverwerving centraal staat. Tegelijkertijd wordt steeds nagedacht over de toepassing van die kennis. Leerlingen gebruiken kennis in opdrachten, vraagstukken en disciplinaire denkwijzen. Zo leren zij niet alleen dát iets zo is, maar ook hoe kennis functioneert binnen een vakgebied en buiten de school.
Ook worden de eerste stappen gezet richting interdisciplinaire projecten. Die ontwikkeling staat nog aan het begin, maar de ambitie is helder: leerlingen leren complexe vraagstukken bekijken vanuit meerdere vakgebieden. Dat is belangrijk, omdat maatschappelijke vraagstukken zich zelden netjes laten indelen volgens één schoolvak.
De curriculumontwikkeling bij Het Stedelijk Lyceum is stevig georganiseerd. Docenten werken één dag per week aan curriculumontwikkeling en nemen deel aan meer dan tien kennissessies per jaar. Tijdens deze bijeenkomsten verdiepen zij zich in thema’s als taalgericht vakonderwijs, schrijven, ontwerpen vanuit leerdoelen, digitale geletterdheid en onderzoeksvaardigheden.
De opbouw van die dagen is bewust gekozen. In de ochtend staat kennisontwikkeling centraal: samen leren, verdiepen en taal geven aan wat goed curriculumontwerp vraagt. In de middag wordt die kennis vertaald naar concrete toepassingen binnen het curriculum. De thema’s worden afgestemd op de behoeften van de ontwikkelgroep. Daarmee is de professionalisering steeds ‘just in time’: precies op het moment dat de ontwikkelgroep die kennis nodig heeft.
De begeleiding gebeurt in nauwe samenwerking met de projectleiding van de school. Academica verzorgt de inhoudelijke programmering van de kennissessies, terwijl de projectleider de ontwikkelagenda van de curriculumdagen bewaakt. Samen wordt afgestemd met de schoolleiding over doelen, voortgang en prioriteiten.
Een blijvende uitdaging is het bewaken van de gemeenschappelijke koers. Vakken verschillen van nature in inhoud, tradities en werkwijzen. Daardoor is het logisch dat secties soms verschillende ontwikkelpaden bewandelen. Maar juist bij curriculumontwikkeling is het belangrijk dat al die inspanningen verbonden blijven met gezamenlijke curriculumdoelen.
Dat vraagt om inhoudelijk leiderschap, afstemming en een gedeelde taal. Niet om alles hetzelfde te maken, maar om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van vakken bijdraagt aan één gezamenlijke ambitie: een sterke kennisbasis voor alle leerlingen.
De opbrengsten worden inmiddels zichtbaar. De sectie scheikunde heeft een eigen methode ontwikkeld. De bètavakken beschikken over een gezamenlijke rekenkaart. Alle vakken hebben een beredeneerd aanbod voor de onderbouw ontwikkeld. Daarnaast lopen er verschillende pilots met zelfontwikkelde leermaterialen, als aanvulling op of vervanging van bestaande methodes.
Daarmee bouwt Het Stedelijk Lyceum stap voor stap aan drie dingen tegelijk: een sterke kennisbasis voor leerlingen, een schooleigen curriculum en curriculum-kenniskapitaal onder leraren.
De ontwikkeling bij Het Stedelijk Lyceum staat niet op zichzelf. Zij past binnen een bredere beweging waarin scholen en besturen opnieuw nadenken over de vraag welke kennis leerlingen nodig hebben om volwaardig mee te kunnen doen in vervolgonderwijs en samenleving.
Een belangrijke onderleggen voor dit traject is het Nederlands Kennis Curriculum. Het NKC is vanaf 2019 ontwikkeld door vier schoolbesturen: Flores Onderwijs, Kinderstad, Primo Schiedam en Wijs!, samen met Academica. Leraren werk(t)en meerjarig en op wekelijkse basis aan een kennisgericht curriculum voor het Nederlandse onderwijs, vanuit het ontwerpprincipe van backwards design: eerst bepalen wat leerlingen moeten weten, en van daaruit terugredeneren naar onderwijsinhoud en opbouw. Sinds 2023 is de eerste versie van het NKC beschikbaar en inmiddels werken meer dan twintig scholen ermee.
Hoewel Het Stedelijk Lyceum een eigen curriculumontwikkeling doormaakt, is de onderliggende gedachte verwant:
curriculumontwikkeling is geen administratieve exercitie, maar een gezamenlijke professionele opdracht. Het gaat om de vraag welke kennis leerlingen nodig hebben, hoe die kennis zorgvuldig wordt opgebouwd en hoe leraren samen eigenaar worden van die opbouw.
De begeleiding van Het Stedelijk Lyceum laat zien hoe deze kennis in de praktijk betekenis krijgt. Leraren ontwerpen niet alleen lessen, maar bouwen samen aan curriculumkwaliteit. Zij ontwikkelen taal om over curriculum te praten, maken beredeneerde keuzes en bouwen aan gedeeld eigenaarschap. Daarmee wordt curriculumontwikkeling een vorm van professionele groei.
Diezelfde gedachte staat centraal in de module Curriculum binnen de Master Excellent Teaching. In deze mastermodule verdiepen leraren zich in curriculumontwikkeling, samenhang, toetskwaliteit, werken in professionele leergemeenschappen en het ontwerpen van onderwijs vanuit een stevige kennisbasis. In een intern opleidingsvoorstel wordt de Curriculum-module expliciet gepositioneerd binnen de ontwikkelfase van leraren, naast thema’s als toetskwaliteit, werken in een PLG en werken in leerteams.
Uiteindelijk werkt Het Stedelijk Lyceum toe naar een onderbouw waarin kennis en kansengelijkheid centraal staan. Dat is geen kleine ambitie. Het vraagt tijd, gezamenlijke inzet en het vermogen om steeds opnieuw de koers scherp te houden. Maar de kern is belangrijk:
leerlingen hebben recht op toegang tot de beste kennis.
Zoals Moore stelt: “The most fundamental inequality in education is that of access to the best knowledge” (2013, p. 335).
Precies daar raakt curriculumontwikkeling aan kansengelijkheid. Want wie zorgvuldig nadenkt over wat leerlingen leren, in welke volgorde, met welke taal en met welke samenhang, werkt niet alleen aan beter onderwijs. Die werkt aan ruimere kansen voor leerlingen.
Bronnen
Moore, R. (2013). Social realism and the problem of the problem of knowledge in the sociology of education. British Journal of Sociology of Education, 34(3), 333–353.