Die vraag staat vanmiddag centraal. We leven in een wereld van versnelling en competitie. Technologie ontwikkelt zich met meer tempo dan organisaties haar kunnen doorgronden. AI verandert hoe we werken en beslissen. Klimaatonzekerheid en politieke spanningen vergroten de druk op de wereld, de mensen, de grondstoffen en het vertrouwen. Aandacht en focus is schaars geworden. Individueel belang en eenzaamheid steken de kop op. En steeds opnieuw klinkt dezelfde boodschap: sneller, slimmer, efficiënter — anders raak je achterop.
Die druk is er ook in het onderwijs. Afgelopen zomer kwam ik geregeld in gesprekken terecht over de Staat van het Nederlandse onderwijs. Met mensen van buiten het onderwijs gingen die gesprekken vaak ongeveer zo: Gaat het werkelijk niet goed? Slechte beheersing van basisvaardigheden? Waarom horen we daar niet meer over? In welke landen gaat het wel goed en wat doen ze daar dan anders? Weten leraren dan niet het tijde te keren? Er is toch meer geld in het onderwijs gegaan sinds Corona?
Hoe reduceren we de tekorten aan leraren en schoolleiders? En waarom ontstaat die uitstroom van leraren als doceren zo'n wezenlijk beroep is?
Het zijn begrijpelijke vragen. Want er is véél aan de hand. Ook in het onderwijs, júist in het onderwijs. De afgelopen dagen was –nav. de Pisa scores- de daling van het niveau van leesvaardigheid het gesprek van de dag. Deze Pisa resultaten zijn maar 1 van de signalen dat het zo niet werkt en dat we leerlingen –vooral in achterstandsposities- tekort doen. We moeten dat onder ogen zien.
Onderwijs is het fundament van onze maatschappij. Er ligt druk op onze maatschappelijke verantwoordelijkheid om de burgers van de toekomst goed op te leiden en er ligt druk op het onderwijs om deze opdracht te vervullen. Naast onwetendheid, ontkenning en gebrek aan urgentiebesef, zien we daar tegenover ook de drang om onmiddelijk iets te doen, om de problemen snel op te lossen, als een pleister op een wond. We laten ons verleiden tot snelle, nieuwe, geisoleerde maatregelen: Een tijdelijk programma. Een subsidie. Een verbod. Een methode die belooft het verschil te maken.
We verwarren maatregelen gemakkelijk met duurzame verandering gedreven vanuit een duidelijke visie. Vanuit Visie koers houden betekent dat je kunt onderscheiden wat urgent klinkt van wat werkelijk belangrijk is; dat je kunt onderscheiden wat vernieuwend oogt en aantrekkelijk lijkt van wat echt duurzaam het probleem aanpakt.
Hoe maken we de wereld voor iedereen beter? Voor Academica is het antwoord helder. Wij geloven al jaren dat we de wereld beter maken als we investeren in leren. Leren als investering in een duurzame verandering. Niet kennis als losse informatie, maar als fundament om te kunnen denken, kiezen en handelen. Om te kunnen participeren in de maatschappij. Niet professionalisering als een verzameling activiteiten, maar als een doelgericht proces waardoor vakmanschap groeit van zowel het individu als het collectief. We weten wat werkt. We weten hoe goed onderwijs er uit zou moeten zien. Het is aan ons om met iedereen deze kennis te delen, om leren te stimuleren opdat iedereen gefundeerd keuzes kan maken.
Onze individuele invloed lijkt soms klein. Maar juist via het onderwijs kunnen we de wereld helpen verbeteren. Onderwijs-en dan heb ik het over de hele onderwijsketen- heeft een maatschappelijke opdracht om de toekomstige generatie het gereedschap te geven om bij te dragen aan verandering. Tegelijkertijd is ook de maatschappij als geheel –dus ook de huidige generatie- moreel verantwoordelijk om haar aandeel op dit moment te leveren.
Onderwijs verzorgt de kennis die we hiervoor nodig hebben. Wie beschikt over rijke kennis, kan de wereld beter begrijpen, misleidende eenvoud herkennen, alternatieven afwegen en verantwoordelijkheid nemen. Kennis maakt participatie mogelijk. Het geeft mensen niet alleen toegang tot de samenleving; het geeft hen ook het vermogen die samenleving mede vorm te geven: nu en in de toekomst.
Kennis bepaalt waar het heen gaat met onze wereld. Door inzichten, perspectieven en kennis te delen, kunnen we samen proberen ingewikkelde problemen op te lossen. Goede, onderbouwde keuzes zijn nodig. Want de vraagstukken waarvoor we staan zijn groot: extreme hitte en bosbranden, smeltende gletsjers en tekorten aan schoon drinkwater, oorlog en gedwongen migratie, eenzaamheid, digitalisering en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Iedereen zal het snel eens zijn dat we de wereld moeten verbeteren. Maar de problemen beginnen als je de discussie voert wat ‘de wereld verbeteren’ inhoudt. Juist daarbij heb je diverse kennis nodig. Onze toekomst is gebaad bij pluriformiteit. We weten uit onderzoek dat juist verschillende perspectieven en diversheid aan kennis belangrijk zijn om complexe problemen op te lossen.
Onze realiteit is complex. De onderwijsvraagstukken zijn complex. De wereldvraagstukken zijn complex.
Neem de extreme hitte van afgelopen zomer als gevolg van de klimaatverandering. Dit heeft grote consequenties voor de hele wereld. Extreme temperaturen zijn gevaarlijk voor mensen, helemaal in combinatie met luchtvervuiling. Ook neemt de kans op natuurbranden toe, smelten gletsjers en ontstaat een tekort aan water en grote droogte. Hitte kan leiden tot gezondheidsproblemen, maar bijvoorbeeld ook tot verminderde arbeidsproductiviteit en schade aan infrastructuur.
Broeikasgassen verminderen en het klimaatprobleem aanpakken, is een complexe opgave. Duurzaam reizen, consuminderen en energie besparen zijn waardevolle interventies maar ze zijn onvoldoende. Werkelijke verbetering vraagt om een oplossing in samenhang: maatregelen voor energietransitie op zowel nationaal en internationaal niveau, verduurzamingsafspraken met grote uitstotende industriele bedrijven wereldwijd en CO2-beprijzing over ieders landsgrenzen heen. Het werkelijk verkleinen van onze ecologische voetafdruk vraagt om expertise, gedegen kennis bij iedereen, waardoor we met besef kwalitatieve, systemische, samenhangende keuzes kunnen maken.
In het onderwijs is dat niet anders. Ook daar lossen kortdurende -soms individuele-initiatieven geen structurele problemen op. We moeten systemisch en in samenhang aan de slag. We weten veel over hoe het beter kan: de impact van een kennisrijk curriculum, de expertise en kunde van de docent, het effect van goed leiderschap, professionele ontwikkeling en doelbewuste oefening. Bewezen effectieve methodieken.
De uitdaging is niet om méér initiatieven te starten. De uitdaging is om wat we weten duurzaam, samenhangend en met een normatieve koers in de praktijk te brengen.
Koers houden is daarom geen kwestie van rechtlijnigheid, starheid of inflexibiliteit. Het is het vermogen om in een complexe realiteit wijs te kunnen en durven handelen, juist wanneer het antwoord niet klaarstaat. Dat vraagt professionals met diepgaande kennis én organisaties die hun professionele oordeel vanuit visie mogelijk maken.
Daar raakt de opdracht van de leraar aan die van de leider en de bestuurder. Het raakt de Governance. Governance mag niet slechts een eenheid van sturing en control zijn. Zij moet individuele inspanning, collectieve inspanning en medeverantwoordelijkheid mogelijk maken, alsook richting geven, eigenaarschap versterken en duurzame ontwikkeling realiseren door de vakmensen te faciliteren.
Goed bestuur schept de voorwaarden waaronder vakmensen kunnen leren en verbeteren, verantwoordelijkheid kunnen nemen en kwaliteit kunnen opbouwen en garanderen.
Dat vakmanschap en die expertise ontstaan niet vanzelf door het verstrijken van de jaren. Organisaties worden beter als de mensen in deze organisatie, samen, kunnen leren: kennis verdiepen én verbeteren op grond van nieuwe inzichten en onderzoek, gerichte feedback ontvangen en specifieke onderdelen van hun handelen doelbewust kunnen oefenen. Deliberate practice is daarmee niet alleen een manier om leerlingen te laten leren; het is ook een opdracht aan onszelf om nog beter te worden.
Daarover zullen onze twee sprekers vanmiddag ieder vanuit een eigen perspectief spreken. Dr. Agota Szabo onderzoekt hoe governance opnieuw een fundament kan worden voor professionalisering, vertrouwen en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Nidhi Sachdeva neemt ons mee in de wording van de expertleraar: hoe ontwikkel je het vermogen om te weten wat je moet doen, juist wanneer je het even niet weet? Samen verbinden zij systeem en vakmanschap — precies de verbinding die nodig is om koers te houden.
We hebben een gezamenlijke opdracht. Dat is duidelijk.
Een groot aantal van jullie hier in de zaal, maken dagelijks het verschil voor het leren van leerlingen, studenten en professionals. In klassen, scholen, besturen en organisaties werken jullie vanuit visie met kennis en focus aan beter onderwijs. Jullie realiseren verbetering en de kinderen en professionals in jullie organisaties profiteren van deze verbetering.
Vandaag wil ik jullie uitnodigen die ambitie verder te vergroten.
Breng die ambitie buiten de deur van je klas, school of organisatie. Werk samen. Deel kennis — ook wanneer daar niet expliciet om wordt gevraagd. Laat in de praktijk zien hoe duurzame verbetering eruitziet en dat je hiermee invloed hebt. Invloed op onze wereld en onze toekomst.
Onderwijs is geen concurrerend goed. Onze kennis wordt niet kleiner wanneer we haar delen; het versterkt juist onze collectieve intelligentie en onze gezamenlijke slagkracht wordt juist groter. Daarom moeten we samenwerken.
Academica pakt deze handschoen op en wil daarom nadrukkelijk de samenwerking opzoeken. Niet werken vanuit competitie, maar vanuit onze gezamenlijke verantwoordelijkheid én ons gezamenlijk belang. Nu en in de toekomst.
Als het goed is heeft u ons dat al zien doen of heeft u dit mogelijk al zelf ervaren. Afgelopen half jaar hebben we sterk ingezet om de samenwerking op te zoeken.
Naast deze samenwerking als speerpunt, willen we voor komend Academisch jaar vanuit Academica drie beloftes doen aan jullie:
Om deze beloften waar te maken, werken we als team van Academica met dezelfde gedrevenheid als altijd aan stevige kwaliteit: gefundeerd in onderzoek, ontwikkeld in samenwerking en toegepast in de praktijk.
Wij zijn hier vandaag bijeen omdat we in hetzelfde geloven: we maken de wereld beter als we investeren in leren.
In een wereld van competitie is koers houden een keuze. De keuze om niet door iedere hype, crisis of snelle oplossing te worden meegesleept. De keuze om te blijven staan voor kennis, vakmanschap, verantwoordelijkheid en duurzame impact. De keuze om samen te werken, juist wanneer de wereld ons verleidt tot het nastreven van individueel belang.
Laten we onze kennis en krachten bundelen. We kunnen invloed hebben. We kunnen het tij keren. We kunnen, via het onderwijs aan de mensen die onze toekomstige wereld vormgeven, duurzaam impact realiseren op wat er om ons heen gebeurt.
Ik wens ons allen een inspirerend, lerend en uitdagend Academisch jaar toe.
Ik verklaar hierbij het Academisch jaar 2026–2027 voor geopend.