Duurzame schoolontwikkeling ontstaat niet door één interventie. Het is geen project, geen studiedag en geen beleidsdocument. In Duurzame schoolontwikkeling - de dynamiek van High Performing Schools beschrijven we meerdere hefbomen: samenhangende elementen die gelijktijdig in beweging moeten komen om werkelijk iets te laten verschuiven in de kwaliteit van het onderwijs. Een hefboom werkt alleen wanneer deze op de juiste plek wordt geplaatst én wanneer andere elementen meewerken. Hefboom 3 – de herpositionering en herwaardering van het vak van de leraar – is daarom geen losse gedachte, maar een essentiële schakel binnen een bredere veranderaanpak. In deze blog gaan we in op de actor van deze hefboom: de leraar. Want de leraar maakt écht het verschil.
In het HPS-gedachtegoed staat het primaire proces centraal: de interactie tussen leraar, leerling en curriculum. Deze pedagogisch-didactische driehoek vormt de kern van de school. Alles daaromheen – organisatie, beleid, ondersteunende structuren – is ondersteunend aan deze interactie.
Wanneer scholen verbeteren zonder expliciet te investeren in de kwaliteit van die kernrelatie, verbeteren zij in feite de randvoorwaarden. En randvoorwaarden zijn belangrijk, maar zij onderwijzen geen leerlingen. Dat doet de leraar.
Hefboom 3 pleit daarom voor een verschuiving van leerling-centraal denken naar leraar-centraal handelen. Dat klinkt provocerend, maar het is precies andersom bedoeld: wie het leren van leerlingen serieus neemt, moet de professional die dat leren mogelijk maakt centraal stellen.
Herwaardering van het vak betekent erkennen dat leraarschap een kennisintensief beroep is. Niet alleen pedagogisch betrokken, maar intellectueel veeleisend. De leraar is geen uitvoerder van methodes of beleidsbesluiten, maar een professional die keuzes maakt op basis van kennis van leerprocessen, curriculumstructuur en didactiek. Hefboom 3 beschrijft drie samenhangende rollen van de leraar:
Deze rollen zijn geen extra taken bovenop het lesgeven. Ze vormen het wezen van professioneel leraarschap. Een leraar die alleen uitvoert, zonder te ontwikkelen of te onderzoeken, stagneert. Een leraar die ontwikkelt zonder inhoudelijke kennis, speculeert. Professionele kwaliteit vraagt om samenhang.
In het boek wordt professionaliteit beschreven als een dynamische balans tussen kennis, identiteit en handelen.
Professionele kennis geeft richting aan keuzes. Professionele identiteit bepaalt hoe een leraar zichzelf positioneert. Professioneel handelen verbindt beide in de klas.
Wanneer resultaten achterblijven bij verwachtingen, vraagt dat om reflectie en herijking. Niet om schuld, maar om analyse. Duurzame schoolontwikkeling vraagt daarom om een gezamenlijke epistemische cultuur: gedeelde opvattingen over wat telt als goede kennis, welke argumenten overtuigen en hoe men samen leert.
Dat vraagt lef. Want herpositionering betekent ook dat leraren niet alleen loyaal uitvoeren, maar inhoudelijk positie innemen. Dat zij zich uitspreken over curriculum, didactiek en toetsing. Dat zij mede richting geven aan onderwijsontwikkeling.
Herwaardering zonder herpositionering blijft symbolisch. Herpositionering zonder kennisverdieping blijft leeg. Wie het vak van de leraar werkelijk centraal zet, investeert in:
En precies daar raakt Hefboom 3 aan de kern van de Master Excellent Teaching. De MET is geen losse opleiding bovenop het werk van de leraar. Zij operationaliseert deze visie. Zij versterkt de leraar in de drie rollen: uitvoerder, ontwikkelaar en onderzoeker. Zij verdiept kennis, scherpt oordeelsvorming en positioneert de leraar als centrale professional in duurzame schoolontwikkeling.
Wie duurzame verbetering van onderwijs wil, begint niet bij systemen.
Die begint bij de leraar.
Meer over deze hefboom lezen? Hier kun je het boek duurzame schoolontwikkeling aanschaffen of e-book