In een interview met gastprofessor Laura Batstra in JSW staat een belangrijke onderwijskundige vraag centraal: kijken we bij leer- en gedragsproblemen vooral naar het individuele kind, of durven we ook kritisch te kijken naar de context waarin kinderen leren en opgroeien? Die vraag werkt Batstra ook uit in haar hoofdstuk Het medicaliserend tij keren: onderwijs aan zet in het boek Duurzame schoolontwikkeling: de dynamiek van High Performing Schools. Daarin laat zij zien hoe snel onderwijs- en opvoedvragen kunnen verschuiven naar medische taal, labels en diagnoses. Dat kan soms helpend zijn, bijvoorbeeld omdat het erkenning geeft of toegang biedt tot ondersteuning. Tegelijkertijd schuilt er een risico in: dat het kind vooral wordt gezien als drager van het probleem, terwijl de pedagogische en didactische omgeving buiten beeld raakt.
Juist dat maakt haar boodschap relevant voor de dagelijkse onderwijspraktijk. Iedere leraar kent situaties waarin een leerling niet goed tot leren komt. Een leerling is druk, snel afgeleid, teruggetrokken, boos, onzeker of steeds opnieuw in conflict. Op zulke momenten willen we begrijpen wat er aan de hand is. We zoeken naar verklaringen, naar houvast en soms ook naar een label. Dat is begrijpelijk. Een label kan erkenning geven. Het kan helpen om ondersteuning te organiseren. En soms kan het ouders, leerlingen en professionals taal geven voor wat zij al langer ervaren. Maar Batstra’s werk nodigt uit om vervolgens een stap verder te kijken.
Als we gedrag te snel verklaren vanuit het kind zelf, kan de context uit beeld raken. Terwijl juist die context in het onderwijs van grote betekenis is.
Want een kind leert nooit los van de omgeving. Het leert in een klas, in relatie met een leraar, binnen routines, verwachtingen, instructie, groepsdynamiek, thuissituatie en schoolcultuur. Daarom is de vraag niet alleen: wat is er met deze leerling aan de hand? Een minstens zo belangrijke vraag is: wat gebeurt er in de omgeving van deze leerling waardoor dit gedrag ontstaat, zichtbaar wordt of blijft bestaan?
Die verschuiving, van labelen naar begrijpen, vormt de kern van pedagogisch handelen. Niet om problemen kleiner te maken, maar om professioneel breder te kijken. En precies daar raakt Batstra’s bijdrage aan duurzame schoolontwikkeling: sterke scholen zoeken oplossingen niet alleen in individuele verklaringen, maar ook in het versterken van de leeromgeving waarin kinderen zich dagelijks ontwikkelen.
In het interview met Laura Batstra staat precies deze beweging centraal. Zij pleit voor minder nadruk op labels, diagnoses en stoornissen, en meer aandacht voor de dagelijkse leef- en leeromgeving van kinderen. Dat betekent niet dat problemen worden ontkend. Ook betekent het niet dat leerlingen geen extra ondersteuning nodig kunnen hebben. Het betekent wél dat we als onderwijsprofessionals breder leren kijken. Een leerling die druk gedrag laat zien, is niet alleen “druk”. Een leerling die vastloopt, is niet alleen “een zorgleerling”. En een kind met een diagnose valt nooit samen met die diagnose. Kinderen ontwikkelen zich altijd in wisselwerking met hun omgeving.
Juist daarin ligt de pedagogische opdracht van het onderwijs. Niet om kinderen zo snel mogelijk in een categorie te plaatsen, maar om goed te kijken wat zij nodig hebben om mee te kunnen doen, te leren en zich te ontwikkelen.
Pedagogisch kijken begint bij vertragen. Niet meteen invullen, maar onderzoeken. Niet alleen kijken naar het gedrag zelf, maar ook naar de situatie waarin het gedrag ontstaat.
Welke verwachtingen zijn duidelijk gemaakt?
Hoe voorspelbaar zijn de routines in de klas?
Krijgt de leerling voldoende instructie en ondersteuning?
Hoe is de relatie tussen leraar en leerling?
Wat speelt er in de groep?
Hoe werken school en ouders samen?
Welke taal gebruiken we in het team over deze leerling?
Dit soort vragen maken het mogelijk om professioneel te handelen. Ze helpen om niet alleen naar het individuele kind te kijken, maar ook naar de onderwijspraktijk eromheen. Dat is belangrijk, want veel oplossingen liggen dichterbij dan we soms denken. In duidelijke routines. In sterke instructie. In een rustige klasomgeving. In positieve relaties. In samenwerking met ouders. In een team dat samen nadenkt over wat werkt.
Pedagogiek wordt soms gezien als iets zachts: belangrijk, maar minder hard dan opbrengsten, instructie of kwaliteitszorg. Dat beeld klopt niet volgens Batstra. Pedagogiek is juist een kernonderdeel van onderwijskwaliteit. Een school waarin leerlingen zich gezien weten, waarin leraren bewust omgaan met gedrag en waarin teams samen zoeken naar passende ondersteuning, werkt aan sterke onderwijskwaliteit. Niet als los project, maar als onderdeel van de dagelijkse praktijk.
Dat sluit aan bij duurzame schoolontwikkeling. Scholen ontwikkelen zich duurzaam wanneer zij niet alleen reageren op problemen, maar samen leren begrijpen wat er in hun onderwijspraktijk gebeurt. Dan gaat het niet alleen om één leerling of één situatie, maar om de vraag: wat zegt dit over onze manier van werken, kijken en samenwerken?
Wanneer gedrag vooral wordt gezien als een probleem van het kind, ligt uitbesteden al snel voor de hand. De oplossing wordt dan gezocht buiten de klas, buiten het team of buiten de school. Soms is externe expertise nodig en waardevol. De samenwerking met jeugdzorg, orthopedagogen of andere professionals kan veel betekenen. Maar het onderwijs heeft ook een eigen verantwoordelijkheid. Juist in de dagelijkse schoolcontext kunnen leraren en teams veel doen.
Dat vraagt om een andere manier van denken. Niet: “Deze leerling past niet in onze aanpak.” Maar: “Wat vraagt deze leerling van onze aanpak?” Niet: “Wie kan dit probleem overnemen?” Maar: “Wat kunnen wij in de klas, in het team en in de school versterken?"
Deze verschuiving is klein in taal, maar groot in betekenis.
Voor Kwaliteitscoördinatoren is dit een belangrijk thema. De KC’er kijkt naar leerlingontwikkeling, onderwijskwaliteit, ondersteuning, teamontwikkeling en schoolbrede patronen. Juist daardoor kan de KC’er helpen om de beweging te maken van labelen naar begrijpen. Een KC’er kan vragen stellen die het gesprek verdiepen. Niet alleen: welke ondersteuning heeft deze leerling nodig? Maar ook: wat zien we vaker in deze groep? Welke aanpak werkt wel? Waar lopen leraren tegenaan? Wat vraagt dit van onze instructie, routines, samenwerking of pedagogische visie?
Zo wordt leerlingbegeleiding verbonden met schoolontwikkeling. Dan gaat het niet alleen om het vinden van een oplossing voor één leerling, maar om het versterken van de school als leeromgeving voor alle leerlingen.
Binnen de module Pedagogiek van de Master Excellent Teaching en de master voor Kwaliteitscoördinatoren krijgt deze manier van kijken expliciet aandacht. Studenten verdiepen zich in pedagogische vraagstukken rond ontwikkeling, leren, gedrag, gezin, ouderbetrokkenheid, labelen en de samenwerking tussen school en jeugdzorg.
Daarbij staat steeds één centrale gedachte voorop: gedrag en ontwikkeling zijn niet los te begrijpen van de context.
Onderwijsprofessionals leren pedagogische situaties analyseren vanuit meerdere perspectieven. Wat speelt er bij het kind? Wat gebeurt er in de klas? Welke rol hebben instructie, relatie en routines? Wat is de invloed van ouders, gezin en samenleving? En wat vraagt dit alles van het professionele handelen van leraren, kwaliteitscoördinatoren en schoolleiders?
Die brede blik is nodig, omdat pedagogische vraagstukken zelden eenvoudig zijn. Er is vaak niet één oorzaak en ook niet één snelle oplossing. Juist daarom vraagt pedagogisch handelen om kennis, zorgvuldigheid en professioneel oordeelsvermogen.
Een belangrijk onderdeel van pedagogisch kijken is de taal die we gebruiken. Taal kan ruimte maken, maar taal kan ook vastzetten. Wanneer we zeggen: “Dit is een moeilijke leerling”, gebeurt er iets anders dan wanneer we zeggen: “Deze leerling heeft moeite in deze situatie.”
Wanneer we zeggen: “Hij kan dit niet”, klinkt dat anders dan: “Het lukt hem nog niet onder deze omstandigheden.”
En wanneer we vragen: “Wat is er mis met dit kind?”, komen we op een ander spoor dan wanneer we vragen: “Wat heeft dit kind nodig, en wat vraagt dat van ons?” Die laatste vraag opent de deur naar handelen. Naar samenwerking. Naar onderwijs dat niet alleen kijkt naar beperkingen, maar ook naar mogelijkheden in de omgeving.
De boodschap van Laura Batstra is daarmee niet alleen een oproep om minder te labelen. Het is vooral een oproep om rijker te kijken. Rijker naar kinderen. Rijker naar gedrag. Rijker naar de klas en de school als ontwikkelomgeving.
Dat vraagt om onderwijsprofessionals die niet te snel tevreden zijn met een verklaring, maar blijven onderzoeken wat zij kunnen doen. In de relatie met leerlingen. In de samenwerking met ouders. In de inrichting van de klas. In het teamgesprek. En in de bredere ontwikkeling van de school. Want inclusief onderwijs begint niet bij het plakken van een label. Het begint bij de vraag hoe we schoolomgevingen kunnen creëren waarin meer kinderen tot leren, deelnemen en floreren komen.
In de module Pedagogiek binnen de Master Excellent Teaching en de master voor kwaliteitscoördinatoren verdiepen onderwijsprofessionals zich in pedagogische vraagstukken rond ontwikkeling, leren, gedrag, gezin, ouderbetrokkenheid, labelen en de samenwerking tussen school en jeugdzorg. Lees meer over de module Pedagogiek: