Skip to content
Terug naar overzicht

Beleid op meertaligheid: geen hype maar noodzaak

Het belang van aandacht voor, en gebruik van de meertaligheid van leerlingen.
Lidy Peters
Auteur Lidy Peters
Laatst gewijzigd 12 februari 2026
Twitter LinkedIn

Tijdens de IB/KC-dag van Academica op 28 oktober jl. noemde gastspreker Eva Naaijkens, schoolleider van de Alan Turing-school in Amsterdam, meertaligheid ‘een volgende hype’.

Als kerndocent meertaligheid verraste die term me, omdat een hype doorgaans staat voor iets tijdelijks en vluchtigs: een onderwerp dat door media-aandacht korte tijd groter lijkt dan het werkelijk is.


Hoewel Naaijkens meertaligheid niet problematiseerde, ze benadrukte dat haar school de thuistalen van leerlingen kent en dat een moeder die in de school Turks spreekt voor haar geen enkel probleem is, doet de term ‘hype’ geen recht aan het belang van aandacht voor en gebruik van de meertaligheid van leerlingen.

In dit blog maak ik duidelijk dat meertaligheid al jaren een duurzame onderwijsrealiteit is en dat meertalig beleid noodzakelijk is om leerkrachten de ruimte en middelen te geven meertalige leerlingen goed te kunnen begeleiden.

 

Duurzame onderwijsrealiteit

Reguliere basisscholen hebben al decennia te maken met leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands (internationale (basis)scholen, waarvan de allereerste al in 1953 in Den Haag werd opgericht, laat ik hier even buiten beschouwing).

Vrijwel alle leraren die binnenkort met pensioen gaan, hebben de instroom meegemaakt van de kinderen van de eerste generatie zogenoemde ‘gastarbeiders’ die naar industriële steden werden gehaald zoals bijvoorbeeld Tilburg, IJmuiden, Deventer en Rotterdam, om werk te doen dat Nederlanders zelf liever niet deden.


Vanaf de jaren zeventig tot begin negentig werden voor hen leerkrachten ingezet die deze leerlingen wekelijks lesgaven in hun thuistaal (OALT, Onderwijs in Allochtone Levende Talen). Overigens niet vanuit de gedachte dat het onderhouden van de moedertaal helpend zou kunnen zijn om het Nederlands te leren, maar omdat aangenomen werd dat al die gezinnen weer zouden terugkeren.

 

Dat bleek een illusie; de OALT-leerkrachten werden afgeschaft en het tijdperk van ‘We spreken hier alleen Nederlands’ deed zijn intrede.

 

Ver voor de grootse instroom van Syrische kinderen van vluchtelingen (2015) kwamen de kinderen van o.a. Vietnamese, Somalische, Soedanese en Bosnische vluchtelingen de Nederlandse scholen in. Met de uitbreiding van het Schengenakkoord met Oost-Europese landen, kreeg het onderwijs vanaf 2007 te maken met leerlingen van o.a. Poolse, Roemeense, en Bulgaarse afkomst.

 

De instroom uit Eritrea nam sterk toe (2014-2015, met een nieuwe piek in 2025) en tenslotte werd het onderwijs in 2021 overspoeld met leerlingen uit Oekraïne. Die laatste groep kreeg van alle kanten zoveel meer aandacht dat het onderwerp meertaligheid in het onderwijs eindelijk op de kaart werd gezet.


Inmiddels leven we in een multiculturele samenleving waarvan het zeer onwaarschijnlijk is dat deze nog zal verdwijnen. In het basisonderwijs heeft 28,5% van de leerlingen en in het voortgezet onderwijs 25% van de leerlingen een meertalige achtergrond (CBS sept.2022).

 

Een brede verantwoordelijkheid

Veel leerkrachten werken dagelijks met meertalige leerlingen en hebben behoefte aan professionalisering, ondersteuning en handvatten om deze leerlingen goed te begeleiden.  


Op verzoek van OCW onderzocht de Onderwijsraad hoe het onderwijs om kan gaan met talige diversiteit.
Het daaruit voortgekomen advies Talige diversiteit benutten van de Onderwijsraad (september 2025) laat niets te wensen over aan duidelijkheid:

Het gebruik maken van thuistalen kan als hulpmiddel worden ingezet om het Nederlands als nieuwe taal goed te leren.

 

Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid en betekent dat op de eerste plaats opleidingen, besturen en schoolleiders goed op de hoogte moeten zijn van de kracht en kansen van meertaligheid, van wat hun (toekomstige) leerkrachten nodig hebben en hoe meertalige leerlingen de kans gegeven kan worden hun thuistalen te benutten.  


Meertalig beleid is daarom noodzakelijk, niet als doel op zich maar als vanzelfsprekend onderdeel van taalbeleid en een rijke taalomgeving voor álle leerlingen. 

De Onderwijsraad geeft in het genoemde advies drie belangrijke aanbevelingen:

  1. Maak als school, opleiding en voorschoolse voorziening beleid dat kansen van

    talige diversiteit benut. De overheid zou de wettelijke opdracht voor het

    ontwikkelen van een dergelijk taalbeleid kunnen aanscherpen en de Inspectie

    van het Onderwijs zou hierop kunnen toezien.

  2. Investeer in ondersteuning, opleiding en verdere professionalisering.

  3. Breng wettelijke ruimte onder de aandacht.


Wat opvalt is dat deze aanbevelingen niet direct gericht zijn aan de leerkrachten maar aan de overheid zelf en aan diegenen die verantwoordelijk zijn zorg te dragen voor professionalisering en ondersteuning van leerkrachten: de lerarenopleidingen, de schoolbesturen en de schoolleiders.

Op 13 november 2025 reageerde (demissionair) staatssecretaris Koen Becking op het advies met een brief aan de vaste commissie van OCW. Citaat (pagina 4): 


‘Talige diversiteit is voor veel leraren en docenten onderdeel van de dagelijkse realiteit. Zij zijn op zoek naar manieren om leerlingen met andere thuistalen zo goed mogelijk te leren lezen, schrijven en rekenen. Zeker nu omgaan met meertaligheid onderdeel wordt vanhet curriculum is het van belang dat leraren hierbij worden ondersteund. Ik zie
het advies als een waardevolle aanvulling op reeds ingezet beleid om leraren teondersteunen om talige diversiteit te benutten ten behoeve van het leren van enin het Nederlands.’

 

Overigens ging Becking in zijn brief ook in op een ontvangen brief en artikel getiteld  ‘Meertalige ontwikkeling: een probleem of zegen?’ De schrijver van de brief, en co-auteur van het artikel, wordt niet met name genoemd maar op de site van de Vlaamse Professor en onderwijsexpert Wouter Duyck, is het te vinden als een langere versie van het in december 2024 in De Standaard verschenen artikel We mogen de risico’s van meertaligheid niet uit het oog verliezen, december 2024  www.wouterduyck.be)


De staatsecretaris reageert met: ‘In het artikel wordt uiteen gezet dat
leerlingen met een andere thuistaal bij de start van het basisonderwijs doorgaans
een achterstand hebben in het Nederlands ten opzichte van leerlingen die thuis
Nederlands spreken. Dit is niet zorgelijk, want hun taalvaardigheid ontwikkelt zich
anders. De meeste tweetalige leerlingen lopen deze achterstand in. Voorwaarde
hiervoor is dat leerlingen veel worden blootgesteld aan de Nederlandse taal en
hier, liefst vanaf de kleuterjaren, sterk onderwijs in krijgen. Dit punt ondersteun
ik volledig. Leerlingen met een anderstalige achtergrond moeten op school zoveel
mogelijk in aanraking komen met de Nederlandse taal en hierin goed onderwijs
krijgen. Het benutten van talige diversiteit kan hierbij desgewenst worden ingezet
als hulpmiddel.’

Neerlandicus Iris Breetvelt (14 november 2025, Politiek correct advies Onderwijsraad draagt niet bij aan bevordering taalvaardigheid Nederlands, www.didactieknederlands.nl) wekt in haar kritiek zelfs de indruk dat het leren van Nederlands niet meer centraal zal staan maar de wet op het PO geeft nog steeds de opdracht alle leerlingen Nederlands te leren en de staatssecretaris is daar dan ook duidelijk in.

 

Tot slot

 

De instroom van meertalige leerlingen wordt in Nederland niet eenduidig uitgevoerd. Er zijn stichtingen met een taalschool, stichtingen met taalklassen, stichtingen met beide en stichtingen die meertalige leerlingen direct laten instromen in het regulier onderwijs.

 

Wat het beste is weet eigenlijk niemand want daar is nog nooit onderzoek naar gedaan.

 

Wat we wel weten, is dat het plus minus zes jaar duurt voordat leerlingen die het Nederlands als nieuwe taal leren, complexe taal kunnen gebruiken en begrijpen (Ruimte voor nieuwe talenten, 2017, PO-raad).

 

Om dat te bereiken is, ook ná een taalschool of taalklas, extra ondersteuning nodig. Dit alles in aanmerking genomen, én met het oog op het vergroten van gelijke kansen en inclusieef onderwijs, wordt het hoog tijd dat opleidingen, stichtingsbesturen, , schoolleiderslen en voorschoolse voorzieningen zich gaan buigen over het ontwikkelen van meertalig beleidbeleid gaan maken en gaan investeren ten behoeve hun leerkrachten en hun meertalige leerlingen.

Lidy Peters geeft binnenkort een masterclass speciaal voor bestuurders, schoolleiders en andere geïnteresseerden over meertalig beleid op Macro- Meso en Microniveau.  Houdt onze nieuwsbrief of sociale media hiervoor in de gaten.

 

Kun je niet wachten en wil je toch al eerder aan de slag? Neem contact met ons op voor incompany mogelijkheden of volg de leergang bij ons in Amsterdam


 

 

Eerder bekeken opleidingen

Contact

Ben je aan het oriënteren op een opleiding, studeer je al bij Academica of heb je een andere vraag? Wij helpen je graag verder.

Stuur een mail
We streven ernaar jouw mail binnen 48 uur te beantwoorden

info@academica-group.com

Bel ons
Op werkdagen tussen 08:30 en 17:00
020-5217400

contact-afbeelding-gebouw

Bezoek ons

Weteringschans 28
1017 SG Amsterdam