Skip to content
Academica logo
Terug naar overzicht

Wanneer wordt een ervaren leraar een expertleraar?

Professor Nidhi Sachdeva over over doelbewuste oefening, wetenschappelijke kennis en het vakmanschap van lesgeven.
Auteur Nidhi Sachdeva
Laatst gewijzigd 27 oktober 2026
Twitter LinkedIn

Goed lesgeven vraagt iedere dag om keuzes. Begrijpen leerlingen de uitleg? Wanneer is extra oefening nodig? En wanneer pas je je aanpak aan? In haar nieuwe boek met Paul Kirschner onderzoekt onze collega Nidhi Sachdeva hoe leraren de expertise ontwikkelen om zulke beslissingen te nemen. Sachdeva is als professor verbonden aan Academica en sprak hierover tijdens de opening van ons academisch jaar in Het Concertgebouw. Het Ontario Institute for Studies in Education van de University of Toronto interviewde haar over het boek. Hieronder lees je de Nederlandse vertaling.

 

 

Dr. Nidhi Sachdeva kwam in 2024 voor het eerst op het idee voor haar nieuwe boek, terwijl zij een presentatie voor leraren voorbereidde.

 

Ruim voordat Becoming an Expert Teacher: Deliberate Practice for Effective Teaching verscheen, dat zij samen schreef met haar onderzoekscollega dr. Paul Kirschner, emeritus hoogleraar onderwijspsychologie aan de Open Universiteit in Nederland, sprak zij met Kim Langen. Langen geeft leiding aan de Canadese organisatie Spirit of Math. Sachdeva vroeg haar naar een vraagstuk waaraan zij met haar leraren werkte, maar waarvoor zij nog geen goede oplossing had gevonden.

 

‘Ze vertelde iets wat me echt is bijgebleven’, herinnert Sachdeva zich. ‘Ze zei: “Ik bezoek iedere week veel klassen. Ik ga zitten, observeer en zie ontzettend veel mooie dingen. Maar soms zie ik een leraar iets uitleggen waarbij de meeste leerlingen het lijken te begrijpen, terwijl misschien twee leerlingen in diezelfde klas het nog niet begrijpen. De leraar gaat verder, waarschijnlijk omdat zij vooral de opgestoken handen heeft gezien. De leerlingen die hun hand niet opstaken, of die zich niet op hun gemak voelden om te laten merken dat ze het niet begrepen, blijven buiten beeld.”’

Dat hield Sachdeva bezig. Ze vertelde Langen dat dit een van de vele situaties is die we met behulp van de cognitieve wetenschap en onderzoek naar leraarexpertise beter kunnen begrijpen.

 

‘Expertleraren — ik gebruik die term liever dan “meesterleraren” — zijn bijzonder goed in het opmerken van dit soort signalen en het daarop afstemmen van hun instructie’, vertelt ze.

 

Zo kwam in haar presentatie één vraag centraal te staan: wat is een expertleraar en waaraan herken je die?

Het boek, dat in september verscheen, vertaalt wetenschappelijk onderbouwde principes van effectieve instructie naar heldere, toepasbare inzichten. Tegelijkertijd moedigt het leraren aan om zich te verdiepen in zowel de wetenschap als het vakmanschap achter leraarexpertise.

 

Lees ook: Van drie minuten op het scherm naar een verdediging op locatie: Nidhi Sachdeva rondt haar promotietraject succesvol af.

 

Waarom juist nu?

Voor Sachdeva is het bijzonder belangrijk om dit gesprek juist nu te voeren.

‘We staan voor grote uitdagingen door teruglopende leerresultaten en afnemende lees- en rekenvaardigheden. Dat speelt niet alleen in Canada, maar in veel delen van de wereld’, zegt ze.

 

Verschillende factoren hebben bijgedragen aan die achteruitgang, waaronder schermgebruik, generatieve AI en de coronapandemie. Uit tientallen jaren onderzoek blijkt dat leraren binnen de school tot de belangrijkste invloeden op het leren van leerlingen behoren. ‘Onderzoek wijst er zelfs op dat de invloed van een effectieve leraar nog merkbaar kan zijn tot drie jaar nadat een leerling diens klas heeft verlaten’, vertelt ze.

 

Volgens Sachdeva is dit extra belangrijk omdat de kwaliteit van het publiek bekostigde onderwijs juist grote gevolgen heeft voor kinderen die buiten school het minst toegang hebben tot leermiddelen en ontwikkelkansen.

‘Bij kinderen van wie de ouders bijles, verrijkingsactiviteiten, boeken en allerlei andere ondersteuning kunnen betalen, kunnen tekortkomingen in het onderwijs soms worden opgevangen. Maar hoe zit het met een kind dat niets van dat alles heeft? Dit raakt rechtstreeks aan kansengelijkheid.’

 

Voor dat kind is de kwaliteit van het onderwijs geen bijkomstigheid. Die kan de verdere schoolloopbaan ingrijpend veranderen. Kirschner en Sachdeva gaan hier in hun boek uitgebreid op in.

 

‘En geloof me: we besteden veel te weinig tijd aan het bespreken van leraarexpertise. Dat is belangrijk, want we kunnen niet gericht ontwikkelen wat we niet kunnen benoemen’, zegt ze.

 

Wat willen de auteurs met het boek bereiken?

De auteurs willen het gesprek verleggen van goed lesgeven naar uitmuntend en succesvol lesgeven, met bijzondere aandacht voor de brede ontwikkeling van leerlingen en hun verdere leven. Zij willen voorbij vage omschrijvingen komen en concreet maken wat effectief lesgeven inhoudt: onderbouwd met onderzoek en bruikbaar voor leraren en onderwijsstelsels.

 

‘We beschrijven uitstekende leraren vaak in bijna romantische bewoordingen’, zegt Sachdeva.

Een van de centrale uitgangspunten van het boek is dat expertise wordt ontwikkeld. Ze ontstaat niet vanzelf doordat de tijd verstrijkt.

 

‘Een leraar met twintig jaar ervaring is niet automatisch een expertleraar. Daarmee wil ik ervaring niet tekortdoen; die is ontzettend waardevol. Maar ervaring alleen garandeert geen verbetering’, aldus Sachdeva.

De auteurs willen ook vraagtekens plaatsen bij de weinig behulpzame tegenstelling tussen lesgeven als kunst en lesgeven als wetenschap.

 

‘Ik heb dat onderscheid altijd wat frustrerend gevonden. Lesgeven vraagt absoluut om vakmanschap, oordeelsvermogen, gevoel voor de context en weten wanneer je wat moet doen. Maar dat vakmanschap moet worden gevoed door een stevige wetenschappelijke basis, net als in de geneeskunde’, legt ze uit.

Leraren moeten begrijpen hoe mensen daadwerkelijk leren. Volgens Sachdeva geeft de wetenschap inzicht in de principes van leren en effectieve instructie. Het vakmanschap zit in het doordacht toepassen van die kennis: in echte klassen, met echte leerlingen, op het moment dat het ertoe doet.

 

‘In het boek bespreken we een klassiek onderzoek waarin staat dat leraren iedere dag 1.200 tot 1.500 spontane beslissingen nemen. Zouden sommige, of zelfs de meeste, van die beslissingen dan niet mede op wetenschappelijke kennis gebaseerd moeten zijn, in het belang van het leren van leerlingen? Daar denk ik voortdurend over na.’

 

‘Ik hoop dat lezers anders gaan nadenken over hun eigen professionele groei’, voegt ze toe. ‘Of je nu net begint of al 25 jaar lesgeeft: de vraag is niet alleen hoeveel ervaring je hebt opgedaan, maar ook wat je met die ervaring doet.’

 

Nidhi Sachdeva over het schrijven voor een breed publiek

Ter afsluiting vroegen we dr. Sachdeva wat het voor haar betekent om op deze manier voor een breed publiek te publiceren. Hieronder volgt haar antwoord.

 

‘Dit boek is voor mij heel persoonlijk. Toen ik deze vraag in 2024 begon te onderzoeken, had ik nooit gedacht dat er een boek uit zou voortkomen, laat staan een boek dat ik samen met Paul Kirschner zou schrijven.

Ik bewonderde Pauls wetenschappelijke werk al jaren. Zijn onderzoek naar cognitieve wetenschap en het ontwerpen van onderwijs heeft grote invloed gehad op mijn eigen denken en lesgeven. Het was dan ook bijzonder om samen te mogen schrijven met iemand van wiens werk ik zoveel had geleerd. Bovendien was het gezamenlijke schrijfproces op zichzelf een enorme leerervaring. We daagden elkaars denken uit, discussieerden over ideeën, werkten meningsverschillen uit en deden ons uiterste best om ervoor te zorgen dat onze uitspraken zowel wetenschappelijk te onderbouwen als daadwerkelijk bruikbaar voor leraren en onderwijsstelsels waren.

 

Ik vind dat het publiceren van een boek als dit ook een bijzondere verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Schrijven voor een academisch publiek, waarvan de lezers veel van je vaktaal en achtergrondkennis delen, is één ding. Het is iets heel anders om tientallen jaren onderzoek uit verschillende vakgebieden toegankelijk, betekenisvol en bruikbaar te maken voor mensen die iedere dag het ontzettend complexe werk van lesgeven doen. Daar ben ik het meest trots op.

 

We wilden niet iets schrijven dat alleen laat zien hoeveel onderzoek we kennen. We wilden iets schrijven dat recht doet aan de intelligentie van leraren en de complexiteit van hun werk, en dat hun daadwerkelijk kan helpen. We hebben het ook niet geschreven vanuit de gedachte: hier is nóg iets wat leraren moeten doen. Onze insteek was: dit is de kennis en oefening waarop leraren recht hebben om dit complexe beroep beter te kunnen uitoefenen, steeds in dienst van het leren van leerlingen.

 

Als iemand die op het snijvlak van onderzoek en praktijk werkt, heb ik dit altijd belangrijk gevonden. Het frustreert me wanneer waardevol onderzoek binnen wetenschappelijke tijdschriften blijft, achter betaalmuren verdwijnt of alleen wordt besproken in gesprekken waaraan leraren uit de praktijk zelden kunnen deelnemen. We hebben in de afgelopen decennia zoveel kennis verzameld over leren en instructie. Toch staat veel te veel van die kennis nog los van de dagelijkse klaspraktijk.

 

De afgelopen vijf jaar heb ik geprobeerd die kloof te overbruggen, via mijn publicaties, mijn onderwijs en mijn werk met onderwijsprofessionals. Dit boek voelt als een natuurlijk vervolg daarop, al gebeurt het op een andere schaal.

Het laatste wat ik wil, is dat iemand dit leest als een nieuwe eis, of als de zoveelste boodschap dat leraren niet genoeg doen. Integendeel. Ik vind dat leraren toegang verdienen tot de beste kennis die we over hun beroep hebben. Ze verdienen mogelijkheden om gedurende hun hele loopbaan expertise te ontwikkelen. En ze verdienen een onderwijsstelsel dat hun professionele groei serieus neemt. Een samenhangend stelsel helpt leraren om in hun beroep tot hun recht te komen.

 

Barbara Oakley, een van de mensen die ons boek aanbevelen, verwoordde het mooi: “Iedere leraar verdient dit boek. En belangrijker nog: iedere leerling verdient het.”

 

Als er één gedachte is die ik lezers wil meegeven, dan is het dat uitstekend lesgeven niet iets mag zijn waarvan we alleen maar hopen dat we het tegenkomen.

 

Ook moeten we het niet uitsluitend toeschrijven aan het uitzonderlijke talent van een paar individuen. We moeten begrijpen hoe het zich ontwikkelt en veel gerichter werken aan de omstandigheden die het mogelijk maken. In andere beroepen doen we dat ook en waarderen we die expertise. Waarom dan niet in het onderwijs?

 

Uiteindelijk gaat dit boek misschien over leraren, maar de reden dat dit onderwerp me zo aan het hart gaat, zijn de leerlingen. Voor mij heeft het altijd om de leerlingen gedraaid.’

 


Bron: Perry King, OISE, University of Toronto, 23 oktober 2026. Lees het oorspronkelijke Engelstalige artikel. De titel, subtitel, inleiding en onderstaande afsluiting zijn toegevoegd door Academica.

 

Wil je zelf meer leren over effectief lesgeven en het versterken van onderwijskwaliteit? Bekijk hieronder onze programma’s.

Eerder bekeken opleidingen

Contact

Ben je aan het oriënteren op een opleiding, studeer je al bij Academica of heb je een andere vraag? Wij helpen je graag verder.

Stuur een mail
We streven ernaar jouw mail binnen 48 uur te beantwoorden

info@academica-group.com

Bel ons
Op werkdagen tussen 08:30 en 17:00
020-5217400

contact-afbeelding-gebouw

Bezoek ons

Weteringschans 28
1017 SG Amsterdam